Thursday, June 05, 2008
Alle foto's zijn gemaakt, formaat van de foto's bepaald, knopen doorgehakt (het overwoekerende groen wordt zwart/wit en kleiner van formaat), print opdracht opnieuw gegeven (hoop dat ze nog op tijd komen) morgen nog opplakken (en ja dat kan bij mij helaas ook nog fout gaan) , blog bijwerken (beetje laat ik weet het ) dan als laatste ze overmorgen aan de muur hangen nog effe doorgaan dus.
groen



Na lang wikken en wegen toch voor groen gekozen na dat ik de mogelijkheid kreeg om in een verlaten binnentuin te fotograveren. Het mooie van de verlaten binnen tuin was dat wat eens hoogstwaarschijnlijk netjes en gestructureerd was nu het groen (begroeiing)de boel aan het overheersen is en langzaam zijn terrein terug wint. Daartegenover staat het groen wat (vooral in het nieuwe gedeelte van katendrecht) totaal is ingericht,afgestemd en bedacht is door een architect of planoloog en bijgehouden wordt door de mens.

In het beleidsplan katendrecht vondt ik het volgende :
Door de hoge bebouwingsdichtheid staat de buitenruimte onder druk. Daarom zijn de pleinen, de parken en straten van 2010 ingericht voor intensief gebruik. Meer auto’s vinden een plaats in gebouwde parkeervoorzieningen, zodat er meer buitenruimte beschikbaar is voor recreatie dicht bij
huis.De aanpak en verdere ontwikkeling van de groenstructuur is met name gericht op de kades, een aantal parken en
de singels.
Men vindt groen belangrijk:
Wat is nu het maatschappelijk rendement van groene kwaliteit?
1. Ten eerste leidt groen tot sociaal contact, het geeft een recreatiemogelijkheid als 'tussendoortje' en bijvoorbeeld speelmogelijkheden voor kinderen.
2. Ten tweede is groene kwaliteit wezenlijk voor onze gezondheid omdat groen ontspanning biedt, stress verlaagt en de sociale ontwikkeling bij kinderen stimuleert. Groen vermindert ook de geluidsoverlast, en vermindert schadelijke concentraties fijn stof. De ministeries van VROM én VWS zouden deze gezondheidsbaten meer aandacht moeten geven.
3. Ten derde verbetert de groene kwaliteit van de openbare ruimte het economische vestigingsklimaat; draagt het bij aan hogere omzet van het toeristisch bedrijfsleven en aan hogere waarden van woningen.
4. Ten vierde draagt: de groene kwaliteit bij aan de biodiversiteit, hoewel we voor de zeldzame soorten toch meer om dan in de stad moeten zijn.
Kortom, de winst van groen is dat het vele functie tegelijkertijd vervult. Investeren in groene kwaliteit leidt zo tot een hoog maatschappelijk rendement. Groen is goud waard.
Er wordt allerlei onderzoek gedaan:
De vraag naar groen wordt in de Nota Ruimte gekwantificeerd in de vorm van een richtgetal van 75 m2 per woning, te realiseren in de stad. Dit richtgetal is gebaseerd op de aanname dat recreatief gebruik van groene openbare ruimte goed mogelijk is indien deze aanwezig is binnen 500 meter van de woning (lopend bereikbaar) en binnen 5 km van de stad (fietsend bereikbaar). Om ook goed bruikbaar te zijn, is tevens een ruimtelijke structuur vereist die het lopen/fietsen van een rondje mogelijk maakt.
Recent onderzoek (Alterra, Groene Meters 3, in voorbereiding) wijst uit dat door de vergrijzing van de bevolking de afstand van 500 meter niet meer realistisch is. Voor ouderen, maar ook voor kinderen, blijkt een afstand van 300 meter een meer realistische maat. Met de behoeften van de andere gebruikers (allochtonen, werkenden, huisvrouwen, gehandicapten) is nog geen rekening gehouden. Als gevolg daarvan is de behoefte aan groen groter dan 75 m2 per woning. (http://www.rlg.nl/)
Groen moet functioneel zijn, De binnentuin waar ik in gefotograveerd heb zal gaan verdwijnen de huizen zullen opgeknapt worden en het overwoekerende groen verwijderd worden. Wat jammer is want dat groen gaf een gevoel van vrijheid.
De menselijke soort is ontstaan en geëvolueerd in natuurlijke omgevingen. Levend in kleine sociale groepen, was het kiezen van een gunstige omgeving miljoenen jaren lang een kwestie van overleving. Een omgeving die gevaar of gebrek betekende, moest worden vermeden. De menselijke soort heeft zo'n 95% van zijn bestaan doorgebracht in natuurlijke omgevingen. Pas sinds zo'n 6000 jaar v. Chr. leven mensen in agrarische landschappen en pas sinds de negentiende eeuw in moderne steden. Appleton was in 1975 de eerste die veronderstelde dat de voorkeur voor een bepaalde omgeving evolutionair ontstaan is en daarmee vastgelegd is in de genen. In later onderzoek is aangetoond dat kinderen tot de leeftijd van 11 jaar ook daadwerkelijk een voorkeur hebben voor omgevingen die veel lijken op de Afrikaanse savannen. De vertaling van deze genetische voorkeur voor een savanne landschap naar de praktijk van alledag is echter niet eenvoudig. We weten daarvoor nog te weinig over de vraag hoe de beleving van dergelijke landschappen tot stand komt. ( Jacobs 2003, Van Zoest en Melchers (in voorbereiding))
Subscribe to:
Posts (Atom)
